Voor schoolleiders PO: gratis e-book 📥 Praktisch met Lef Wijzer
Praktische werkvormen voor morele reflectie, direct toepasbaar in jouw praktijk.

Waarom juist dit mijn grootste ongemak was

Hoe een landelijke discussie mijn school binnenkwam, ik nergens meer omheen kon en het appel van buiten geen weerklank vond in de school die ik leidde.

2/12/20267 min read

Een eenzame stoel op een glimmend witte vloer die lijkt te reflecteren als ijs. Symboliseert stilte.
Een eenzame stoel op een glimmend witte vloer die lijkt te reflecteren als ijs. Symboliseert stilte.

Een maatschappelijke discussie staat ineens in je lerarenkamer. Als een grote roze olifant. Je kunt haar niet negeren, maar je weet ook niet hoe je haar moet ontvangen. Moet je een besluit nemen? Moet je wachten? En wie kijkt er eigenlijk naar jou?

Ik heb als schoolleider vaker niet geweten wat het goede was om te doen. Dat hoort bij het vak. Maar in 2016 was het anders. Toen wist ik het niet, en niemand om me heen leek het ook te weten. We spraken erover, maar ook niet echt.

Nu ik er jaren later op terugkijk, begrijp ik beter waarom dit me destijds zo heeft vastgezet. De discussie was niet van ons. Die kwam van buiten, uit het nieuws, van sociale media, uit de mond van mensen die ik niet kende. Maar de school is van niemand, en van iedereen. Dus werd het van ons. Zonder dat we wisten wat we ermee moesten.

Dit verhaal deel ik niet omdat ik een standpunt wil verkondigen over een maatschappelijk vraagstuk. Ik deel het omdat dit, hoe raar ook, het meeste ongemak heeft opgeleverd in al mijn jaren als schoolleider. Meer dan de zorg voor mijn leerlingen, meer dan welk gesprek met een ouder, welk conflict in het team of welke bestuurder dan ook. Het ongemak zat ‘m niet in een persoon, maar in iets dat veel groter was. Het voelde alsof ik alleen stond in het oog van de orkaan en om mij heen ging het flink tekeer. Op het eerste gezicht lijkt dat een rustige plek, maar van binnen was er dat zware gevoel van onrust en ongemak. Veroorzaakt door het schouwspel om me heen.

Mijn Sint-herinneringen

Om te begrijpen waar dat vandaan kwam, moet ik even terug. Voor mij was Zwarte Piet nooit een ding. Geen dominante aanwezigheid in mijn jeugd. Sinterklaas was vooral de pakjesavond. Bij mijn opa en oma met een overdaad aan cadeaus, toen al. Later begreep ik dat het hun manier was om mijn ouders te steunen, die het toen niet breed hadden. Voor mij stond Sinterklaas voornamelijk voor pakjesavond.

Toen ik zelf niet meer in Sint geloofde, maakte ik mijn broertjes graag bang met het verhaal dat Zwarte Piet hen meenam naar Spanje als ze zich niet gedroegen. Ja, ik had best last van mijn twee kleine broertjes. Weer later werd het een feest van surprises en gezelligheid. Dat besef, dat Sinterklaas meer betekenissen kan hebben en meer kan oproepen dan alleen dat, kwam ik veel later achter.

Onbewust en bewust

Mijn eerste echte bewustwording kwam niet zozeer door het nieuws. Het was het verhaal van een vriendin over haar Surinaamse vriend. Hij maakte met regelmaat mee dat kleine kinderen in de supermarkt of op straat bang werden en begonnen te huilen zodra ze hem zagen. Omdat hij een vrij donkere huidskleur had. Dit pijnlijke verhaal, dat indirecte ongemak, kwam binnen. Een zijde van het feest die voor mij onbekend was. Hoewel…

Toen schoot me een eigen herinnering te binnen. Als tiener in de bus. Een klein meisje begon te huilen toen een man met een donkere huidskleur instapte. Hoewel ik niet wist waarom ze huilde, legde ik zelf gelijk de link met Zwarte Piet. Onbewust, maar toch bewust. Maar het bleef bij die gedachte. Ik ben blank en door die bril neem ik de wereld waar. Die dagelijkse confrontatie was niet de mijne. Ik kon het gelijk weer wegzetten.

Toen ik zelf moeder werd vierden we jarenlang het feest samen met een bevriend koppel, hij uit Denemarken en zij uit Brazilië. We nodigden dan ook een Sinterklaas uit en zijn Zwarte Pieten kwamen automatisch met hem mee. Ik vond het zelfs wel handig, die Zwarte Piet. Onze kinderen geloofden nog en zouden de moeder van een klasgenootje niet herkennen onder de schmink. Die andere kant, die pijnlijke kant, was er voor ons niet. Ook bij mijn vrienden niet.

Tolerantie op losse schroeven

De discussie kwam steeds vaker in de media aan bod. Ik voelde me er niet toe aangetrokken, in de zin dat het me niet uitmaakte welke kleur piet had. Maar ergens onderhuids begon het te knagen. Want ja, Sinterklaas is onderdeel van de Nederlandse cultuur. En daar zitten ook zeker gevoeligheden in. We weten allemaal hoe de verhoudingen tussen bevolkingsgroepen waren en zeker op basis van huidskleur. We praten over nog geen 60 jaar geleden. We hadden misschien geen strikte rassenscheiding zoals in Amerika of Zuid-Afrika. Wij, Nederlanders, zetten ons graag weg als tolerant.

In dit publieke gesprek kwam die tolerantie opeens op losse schroeven te staan. Kwam hier de aap uit de mouw? Die gedachte was ongemakkelijk. Omdat het geen geschiedenis was. Het gebeurde voor onze neus.

Stilte voor de storm

De discussie rondom Zwarte Piet kwam in 2016 steeds vaker en groter in het nieuws, maar in de kleine, overwegend witte dorpskern waar ik destijds schoolleider was, speelde het niet. Tot het opeens wel speelde. Niet in een geagendeerde vergadering, maar gewoon in de lerarenkamer.

De meesten vroegen zich hardop af waarom we überhaupt zouden overwegen iets te veranderen. Toen vertelde ik dat verhaal van mijn vriendin. Over haar vriend. Over dat gehuil. Er viel een stilte. Een stilte waarin mensen zichtbaar overvallen werden door wat dat verhaal betekende. Maar ook een stilte waarin men zich afvroeg wat dat verhaal voor hen betekende. Wat konden zij daarmee?

Het bestuur liet het over aan de scholen. Geen gezamenlijk standpunt. Ik voelde op dat moment heel scherp dat ik dit niet kon beslissen vanuit mijn eigen, nog vormende idee. Dus ik schoof het gesprek door. Naar de ouderraad, de MR. Iedereen was voorzichtig. Het werd aftasten. “Wat vindt de rest?” “Stoten we iemand voor het hoofd?” “Voelt iemand zich hier op school ongemakkelijk?”

En die ouder of leerkracht die zich misschien wel ongemakkelijk voelde? Die keek stil om zich heen. Met de verharding die we in het nieuws zagen, de scheldpartijen, het geschreeuw, was iedereen stil. Langzaam kristalliseerde zich een soort non-besluit uit. Dat jaar, 2016, hielden we alles nog even bij het oude.

Het voelde niet als wijsheid. Het voelde als uitstel. Uitstel van iets wat we zagen aankomen, maar waar we de confrontatie niet mee aandurfden. Een collectief, ongemakkelijk uitstel. Het grootste ongemak zat ‘m voor mij in die stilte. In het niet weten wat er speelde in de hoofden van mensen die zich niet durfden uitspreken. Was de angst voor de felle discussie groter dan de wens om het goede te doen? Of was dit, op dat moment, op die plek, wel het goede? Ik wist het niet. Ik stond er alleen in.

Het besluit van een ander

2017 kwam niet voor mij op die school. In de zomer switchte ik naar een openbare school in een wijk in Utrecht. Tijdens de Sinterklaasvoorbereidingen kwam ik erachter dat de directeuren van deze stichting in 2016, het jaar van mijn ongemak, de koppen bij elkaar hadden gestoken. Samen hadden ze besloten dat er geen Zwarte Piet meer zou zijn op de openbare scholen in Utrecht. Het werd gewoon ‘Piet’.

Ik weet niet hoe dat proces is gelopen. Hoeveel gesprekken er zijn geweest, met teams, met ouders, met de GMR. Dat kun je niet even in een nieuwsbrief mededelen, dat vraagt om veel gesprekken. Om iedereen te horen. Toen ik op die nieuwe school kwam, was er niemand die openlijk bezwaar leek te hebben. Ik hoorde het in ieder geval niet in teamverband.

Toch hoorde ik wel de nuances. Leerkrachten voor wie ‘die hele discussie een gedoe’ was. Die het thuis anders zouden doen. Die vonden dat de wijziging niet zo hard had gehoeven. Dat geluid was er. Maar ik hoorde ook het andere geluid. De steun. Het besef dat het ongemak van degenen voor wie Zwarte Piet zeer onprettig was zwaarder woog. En het was ook een reactie op de discussie die op diverse plekken in het land uit de hand was gelopen. Dat geweld wilden wij hier niet. Laten we het voor iedereen rustig houden, zeker voor de kinderen. Het is immers een kinderfeest.

Je weet niet waarom mensen meegaan in een besluit, tot je het ze vraagt. Ik heb het destijds niet uitgevraagd. Ik was er niet mee bezig. Ik was de nieuwe schoolleider; het besluit was voor mij genomen, op een ander niveau.

Toch was daar, in dat volgende jaar, het enige concrete gevolg dat ik me herinner. Een ouder, altijd zeer betrokken in de ouderraad, trok zich terug uit alle schoolactiviteiten. Hij kwam niet meer naar school, voor geen overleg, geen viering, niets. Op meer dan 400 leerlingen was hij de enige ouder, voor zover ik wist, die zich openlijk over dit besluit had uitgesproken en ook zijn conclusie had getrokken. De anderen, die bleven. En hielden hun mond. Net als op mijn oude school. Uit niet-weten? Uit meevoelen? Uit vermoeidheid? Uit loyaliteit aan de school? Geen idee.

De Directeurskamer

Dit verhaal gaat, zoals ik begon, over mijn grootste ongemak. Niet zozeer die leerling waar het echt even niet meer lukte, niet die radeloze ouder, geen conflict met een collega. Wel een maatschappelijke discussie die de school binnendruppelde en waar je als schoolleider middenin staat. Terwijl je eigen kompas nog aan het zoeken is.

Voor mij ging het uiteindelijk om de vraag: wat weegt voor jou het zwaarst? En kun je daarbij ook werkelijk luisteren naar die ander? Dat zijn de kwesties die niet makkelijk zijn. Die vragen niet om een snel moreel antwoord, maar om trage, ongemakkelijke gesprekken.

Dit ongemak van directeuren komt niet uit het niets. Ik las ergens in een blog een verwijzing naar een krantenartikeltje uit 1963. Hoofdonderwijzer Arnold Ras was de eerste die zich openlijk over deze morele kwestie uitsprak. Hij zei: “Kleurlingen ergeren zich, ze zien het als rassendiscriminatie.”

De verandering begint bij de mensen die zich uitspreken. Die ogen openen. Die een ander verhaal laten zien dan alleen je eigen verhaal. En ja, dat schuurt. Dat is vaak heel ongemakkelijk. Voor iedereen.

Dus deel ik het hier. In De Directeurskamer. Niet om te zeggen wat goed of fout was. Maar om de vraag op tafel te leggen: Wanneer heb jij dat ongemak gevoeld? Dat gevoel van alleen staan in een vraagstuk dat iedereen aangaat? Hoe navigeer je tussen de stilte van je team, de verwachtingen van buiten en je eigen groeiende besef? En wanneer weet je nu eigenlijk of je het goede doet?

Het antwoord heb ik niet. Maar ik weet wel dat het gesprek erover begint met het delen van het ongemak. Juist hier.

Uiteraard ben ik ook benieuwd naar jouw verhaal. Ik nodig je uit om het te delen met mij en eventueel ook hier in een blogpost. Neem contact met mij op via mail of via het contactformulier.

Krijg nieuwe blogs direct in je inbox – kort, praktisch en herkenbaar