Voor schoolleiders PO: gratis e-book 📥 Praktisch met Lef Wijzer
Praktische werkvormen voor morele reflectie, direct toepasbaar in jouw praktijk.
In de woorden van school herkende ik mijn kind niet
Wanneer een dyslexieprotocol leidend wordt
6/30/20268 min read


Mijn zoon gedroeg zich clownesk, stond er in het handelingsplan van school. Ik las het in de auto onderweg naar het dyslexieonderzoek. Mijn ervaringen als moeder in relatie met school leerden mij dat we in het onderwijs de keuze hebben om voor kinderen en hun ouders de deuren te openen of dicht te doen.
Clownesk
Tranen sprongen in mijn ogen toen ik in de auto het handelingsplan van mijn zoon las. We waren onderweg naar een gespecialiseerde praktijk voor een dyslexieonderzoek. Mijn man reed, Jamie zat achterin. Ik had het dossier die ochtend ontvangen, net op tijd. Mijn oog viel op die ene zin waarin de leerkracht schreef dat Jamie clownesk gedrag vertoonde tijdens het afnemen van leestestjes. Ik las het niet als een beschrijving maar meer als een storende ervaring voor de leerkracht. Uiteraard mijn interpretatie. Maar er stond ook niet wat de leerkracht had gedaan om achter dat gedrag te kijken. Hij had het ook niet aan ons gevraagd. Voor de rest stond er niet veel behalve de standaardzinnen voor een handelingsplan. De school had lees- en spellingsproblematiek, onder andere door lage scores op de Cito-toetsen, geconstateerd. Vervolgens hadden ze hem conform het dyslexieprotocol van de school aangepaste oefeningen in de klas, meer tijd voor lezen en spelling en intensieve begeleiding door de onderwijsassistent gegeven. Wat ik met het lezen van dit verslag concludeerde was dat de inzet van het protocol niet veel had geholpen en dat het gedrag van mijn zoon niet helpend was bevonden. Dit was in groep 6, inmiddels zat hij in groep 7 en was ik met hem en dit dossier onderweg naar een dyslexietest.
Hoewel inmiddels 17 jaar geleden, is het woord ‘clownesk’ me altijd bijgebleven. Ook omdat ik Jamie niet ervaarde als een kind dat zich als een clown gedroeg. Hij was altijd juist dolenthousiast om nieuwe dingen te proberen. Regelmatig gingen we naar musea en overal waar iets te ontdekken viel, wilde hij meedoen. Hij liet zich niet snel weerhouden. Daarom verbaasde mij die omschrijving zo. Misschien vond hij die opdracht enorm lastig en was dit, hoe onhandig ook, zijn manier om te laten zien dat hij het heel moeilijk vond wat ze van hem vroegen. Misschien iets te moeilijk? Ik wist het op dat moment ook niet. Maar dat zijn gedrag zo werd afgedaan als niet passend en niet helpend bij de opdracht, raakte me. Er klonk voor mij een oordeel in door dat ik als moeder niet kon thuisbrengen.
Groep 3
Ik weet nog hoe trots wij, zijn vader en ik, waren op zijn eerste woordjes en zinnetjes die hij ons hardop voorlas toen hij in groep 3 zat. Het gesprek met de leerkracht in januari van dat schooljaar kwam dan ook als een verrassing. Wat hij vertelde kwam niet overeen met wat wij thuis zagen. Onze zoon had juist zo veel zin om te leren lezen en wij genoten van ieder woord en elke zin. Toch bleek het proces voor school niet vlot genoeg te gaan. Of we ook thuis met hem wilden oefenen. En eigenlijk deden we dat al, niet vanuit een moeten, maar vanuit een gewoonte. Iedere avond lazen we voor en wilde hij zelf ook altijd nog even hardop voorlezen. Wij genoten ervan, maar blijkbaar was het niet goed genoeg.
Dit heeft dus ook te maken met hoe het systeem in elkaar zit. Kinderen moeten zo veel mogelijk door hetzelfde proces en in hetzelfde tempo. Lezen en spellen is een doorgaande lijn, wie niet mee kan in het tempo van de groep loopt vast. Wat als een kind het later oppakt? Wat als het rustiger mag? Daar was op deze school, en op zoveel scholen, ook waar ik later zelf lesgaf en schoolleider was, geen ruimte voor.
Het dyslexieprotocol
In groep 4 kregen we halverwege het schooljaar een document aangereikt. Het dyslexieprotocol van de school. Terwijl ze het overhandigden zeiden de leerkrachten erbij dat ze dit van de intern begeleider aan ons moesten geven, maar dat ze zelf niet dachten dat het dyslexie was. Van het protocol zelf herinner ik me weinig. De leerkrachten gaven ons ondertussen allerlei kleine oefeningen mee naar huis om extra te oefenen, zoals de woordomkeringen. Dat deed hij inderdaad regelmatig. Ik weet nog dat we een keer bij vrienden in Leiden op bezoek waren geweest en dat er van de achterbank klonk: ‘Dat is grappig, daar staat Leiderdrop.’ Zijn vader en ik moesten er net als hij om lachen en verbeterden hem niet. Het is een anekdote die we zo nu en dan nog met een grote lach, ook hij, aanhalen. Op school plakten ze de lastige letters en klanken op zijn tafeltje als geheugensteuntje.
Zo ging hij van groep 4 naar 5 en naar 6. De school vroeg geen dyslexietest aan. Dat was ook niet nodig, zeiden ze, want ze gaven hem wel de extra ondersteuning. Mijn zoon hoorde ik er destijds niet over, ik vroeg er ook niet naar. Nu, jaren later, omschrijft hij zijn ervaring kort en krachtig. “Meester Bart wist dat ik dyslexie had en toch liet hij me mij de fout gespelde woorden nog eens twintig keer opnieuw schrijven.
Ik kom uit een familie met dyslexie, mijn moeder heeft het en mijn broertje ook. Beiden hebben negatieve schoolervaringen en ook het idee niets te kunnen, zeker als het aankomt op leren. Ook bij de vader van mijn kinderen is begin 2000 dyslexie vastgesteld. Ik zag zijn onzekerheid, hoorde over de conflicten uit zijn basisschooltijd en hoe moeilijk hij mee kon komen. Het hielp hem later enorm om een diagnose te hebben, want op zijn werk kon hij aangeven waar hij niet aan kon bijdragen. Zo hoefde hij daarna geen verslagen meer te schrijven of vergaderingen te notuleren, en dus beter bezig zijn met wat hem veel minder energie kostte. Ik vond het heel knap dat hij, ondanks zijn eigen ervaring, besloot de lerarenopleiding te gaan doen en les te geven in zijn vakgebied. Ik hielp hem uiteraard met al zijn verslagen.
Ruimte voor wat wel lukte
Mijn zoon had dus moeite met lezen en spelling. En veel uren in het basisonderwijs gaan over lezen, spellen, schrijven en als je er niet goed in bent, over nog meer van datzelfde. Daarom besloten we thuis wel te ondersteunen waar nodig maar ook juist aandacht te geven aan andere dingen. Want ondanks dat Jamie lezen lastig vond, vond hij verhalen wel heel leuk. We lazen onze kinderen van kleins af aan voor en later kwamen er voor Jamie ook luisterboeken, naast de papieren versie, bij. We hadden als gezin financieel de ruimte om aandacht te geven aan wat juist wel goed ging. Zo zat hij op sport en muziekles. Noten lezen ging niet zo goed, maar drummen kon hij in onze ogen als de beste.
Het onverwachte kantelpunt
In groep 7 besloten wij, zijn ouders, een onderzoek te laten doen. Dit deden we als voorbereiding op het voortgezet onderwijs. Ik had vernomen dat daar de ondersteuning minimaal was, maar als je dyslexie had, waren er een aantal voordelen. Per school verschillend, maar daarvoor had je dan wel een verklaring nodig. En waar ik het niet had verwacht, bloeide mijn zoon in het VO juist op. Allereerst ging hij tweetalig onderwijs doen. De leerkracht van de basisschool wees het af, niet handig met zijn dyslexie. Op de VO-school zeiden ze, juist wel doen en hij is van harte welkom. Dit heeft hij altijd zo ervaren. Althans op dat gebied was de ondersteuning voor hem meer dan voldoende.
Want ook dat is natuurlijk per kind verschillend. Ieder kind heeft zijn manier van leren en ontwikkelen en we gaan daarbij niet allemaal door hetzelfde poortje. Ik heb dit zelf mogen ervaren want ik heb nog een jongere zoon met dyslexie en zijn pad liep duidelijk anders. Jamie ging als een raket. Hij mocht als enige in de klas met een laptop werken, spellingsfouten waren geen probleem meer en hij kreeg altijd extra tijd bij het maken van toetsen. Hij ontdekte een lettertype waarvan bekend was dat mensen met dyslexie er minder moeite mee hebben om te lezen. Enthousiast deelde hij die vondst met zijn oma, die ook dyslexie heeft. Dat was zo’n moment waarop ik dacht: ‘dit hadden ze op de basisschool moeten zien.’ Bij mijn jongste zoon daarentegen zag ik vanaf groep 6 de vreugde om naar school te gaan meer en meer verdwijnen. Waar Jamie alles aan ging en compenseerde, ging mijn jongste juist alles vermijden. ‘Ik kan het toch niet dus ik begin er maar niet aan’. Met uitstelgedrag als gevolg. Zo zie je maar weer de ervaring van het hebben van dyslexie is voor iedereen weer anders.
Ik hield mijn mond
Als ik terugdenk aan die jaren, vraag ik me wel eens af waarom ik er nooit wat van heb gezegd. Ik denk dat het te maken had met het feit dat ik net was begonnen met de PABO toen Jamie op de basisschool startte. Ik besloot ergens om niet op de stoel te gaan zitten van de professional. Ik stelde wel vragen, maar bij bepaalde opmerkingen dacht ik, heeft het zin om te vragen waarom ze dit zo zeggen of aan te geven hoe het overkomt? En ik hield mijn mond. Ik gebruikte mijn ervaringen als moeder met de basisschool later wel vaak als voorbeelden naar mijn eigen team. Daar deelde ik wat deze in het handelingsplan geschreven en door de leerkrachten uitgesproken zinnen met mij deden. Dat ze mij raakten en vervolgens een afstand tussen school en mij creëerden. Het kwam bij mij over als een vooringenomenheid die weinig ruimte liet om te zien wat het effect van het handelingsplan op mijn kind was. Mijn ervaringen en ideeën als ouder werden niet bevraagd en de opmerkingen van de leerkrachten maakten de ruimte om te reageren heel klein. Hun beeld was duidelijk, wat had ik dan nog in te brengen?
Wat ik hen nu, met de kennis van vandaag, zou willen vragen is eigenlijk heel simpel. Als ik had geweten dat mijn zoon steeds opnieuw de fout gespelde woorden moest overschrijven, had ik gevraagd waartoe dient dat? Bij het lezen van ‘clownesk gedrag’ had ik gevraagd waarom denk je dat Jamie dat gedrag vertoonde? En misschien wel de belangrijkste vraag. Jullie zien dat alle extra’s, de tijd, de oefening, de begeleiding, niet helpen. Het protocol werkt niet. Wat kan wel helpend zijn?
De Directeurskamer
Mijn ervaringen leerden mij kijken naar mijn eigen onderwijspraktijk en zoals ik hierboven al schreef, deelde ik ze ook met collega’s. De reacties waren altijd weer verschillend, van stilte tot en met verontwaardiging. Sommigen gaven aan dat ze als ouder ook ervaringen hadden die hen anders lieten kijken naar hun eigen handelen. En precies dat is de bedoeling van De Directeurskamer.
Wat zeggen en schrijven wij over kinderen? Kunnen we achter het gedrag van een kind kijken? Wat doet het met een ouder als je zegt, wij denken dat het geen dyslexie is? Want als je zoiets zegt, hoe weet je dat dan zo zeker? Ik leerde dat twijfel, het niet-weten, bespreken met ouders deuren opent en dat de houding van ‘wij weten beter’ deuren op slot zet. Een dyslexieprotocol en ondersteuning op school goed geregeld hebben in je processen, betekent dan dat je het goed doet? En hoe weet je dat? Voor mij gaat het goede doen niet over wat je in je protocollen hebt geschreven en hoe je processen ontwerpt. Het goede ontvouwt zich in de praktijk. De leerling bij wie je ziet dat jouw hulp aankomt, de ouder die aangeeft dankbaar te zijn met jouw inzet voor haar kind.
Mijn verhaal is een uitnodiging. Om te kijken naar de taal die jij en je team gebruiken als jullie met en over kinderen praten en schrijven. Ook om te bevragen wat er achter gedrag schuilgaat, voordat je het labelt. En om te checken of je protocol inderdaad dat doet waarvoor het bedoeld is, of dat je door blijft gaan op de oude voet of dat je bijstelt wanneer de signalen duiden dat het niet werkt. De ouder uit te nodigen om ook te vertellen wat hij ziet en hoort. Daar begint elke schoolervaring opnieuw.
Uiteraard ben ik ook benieuwd naar jouw verhaal. Ik nodig je uit om het te delen met mij en eventueel ook hier in een blogpost. Neem contact met mij op via mail of via het contactformulier.
In dit verhaal zijn namen gefingeerd
Krijg nieuwe blogs direct in je inbox – kort, praktisch en herkenbaar
© 2026 Praktisch Met Lef
