Voor schoolleiders PO: gratis e-book 📥 Praktisch met Lef Wijzer
Praktische werkvormen voor morele reflectie, direct toepasbaar in jouw praktijk.
Aan de andere kant van de tafel
Een systemisch werkvorm voor teams om beelden, oordelen en aannames over ouders te onderzoeken en ruimte te maken voor echte ontmoeting.
Je wordt gewaarschuwd voor ouders voordat je ze ontmoet
Deze zin is het begin van een blogpost die ik schreef over mijn eerste ouderavond als leerkracht, het is een verhaal dat veel herkenning oproept. In elke school zijn er ouders over wie wordt gesproken voordat ze binnenkomen. Verhalen die rondgaan, blikken die worden uitgewisseld, waarschuwingen die worden doorgegeven. Vaak met de beste bedoelingen: we willen elkaar beschermen, voorbereiden, waarschuwen voor wat komen gaat.
Maar wat doet dat met de ruimte die een ouder krijgt? Wat gebeurt er met een gesprek als de leraar al een beeld heeft voordat de ouder is gaan zitten? En wat zegt dat over ons als team, over onze cultuur, over onze kernwaarden?
Deze werkvorm nodigt je uit om samen met je team te onderzoeken hoe 'verhalen over ouders' ontstaan, worden doorgegeven en doorwerken. Niet om te oordelen over elkaar, maar om zichtbaar te maken wat vaak onzichtbaar blijft. En om samen een moreel gedragen keuze te maken: hoe willen wij ouders tegemoet treden?
Doel
Voor schoolleiders om samen met hun team te onderzoeken hoe 'verhalen over ouders' ontstaan, worden doorgegeven en doorwerken in de ruimte die ouders krijgen. Ze maken hun eigen teamdynamiek zichtbaar en ontwerpen een gedeelde manier van kijken naar 'lastige' ouders.
Tijd: 2,5 uur (of 2 delen van 1,5 uur met een tussenpose).
Benodigdheden
Een whitebord of flip-over
Gekleurde stiften (liefst verschillende kleuren)
Post-its in twee kleuren
De casus "De ouders van Valerio" (of een eigen schoolcasus). In fase 1 lees je de casus voor, maar je mag hem gerust ook vooraf gaan de sessie al delen met jouw teamleden.
Voorbereidingen
Pedagogische driehoek op bord/flip-over vel tekenen
Ruimte klaar zetten (zie setting hieronder)


Tips voor de gespreksleider
Blijf neutraal. Je doel is niet om 'schuldigen' aan te wijzen, maar om patronen zichtbaar te maken.
Waarborg veiligheid. Benadruk dat wat gedeeld wordt in de groep blijft. Sommige onthullingen kunnen gevoelig liggen.
Durf door te vragen. "Wat bedoel je precies met 'lastig'?" "Kun je een voorbeeld geven?" "Hoe weet je dat?"
Bescherm afwezigen. Als er over specifieke ouders of collega's wordt gesproken, breng het gesprek dan terug naar het patroon, niet naar de persoon.
Houd de tijd in de gaten. De werkvorm is rijk; bewaak dat elke fase voldoende aandacht krijgt, maar dat je ook op tijd afrondt.
De geschreven teksten in de werkvorm zijn een leidraad/voorbeeld voor de gespreksleider.
Fase 1 - Het verhaal begint bij onszelf (25 minuten)
Doel
Het thema openen door eerst het eigen innerlijke beeld te onderzoeken, daarna de collectieve beelden verzamelen.
Opstelling
De groep zit in een halve cirkel. Voor hen staat één lege stoel. Op het whiteboard staat: 'Voordat je ze ontmoet'.
Tijdens de introductie van de werkvorm is het goed om met het team te bespreken dat het een zelfonderzoek is en geen ouderbespreking. Het gaat dus niet zo zeer over 'lastige ouders', maar over de blik waarmee wij, als professional, hen tegemoet treden.
Daarom is het cruciaal dat deelnemers geen namen of herleidbare details delen over ouders of kinderen. Toelichting:
Bescherming van de deelnemer: wat je deelt, blijft een oefening. Zodra er een naam aan vastzit, kan het nawerken in de wandelgangen of bij toekomstige contacten.
Focus op patroon, niet op persoon: praten over "die ene moeder" leidt af naar roddel of casuïstiek. Praten over "het beeld dat ik had" houdt de spiegel bij jezelf.
Respect voor afwezigen: ouders zijn er niet bij. Het zou onethisch zijn om hen in hun afwezigheid tot onderwerp te maken.
Ruimte voor eerlijkheid: als je geen namen hoeft te noemen, durf je eerlijker te kijken naar je eigen oordelen.
Oftewel het gaat niet over wie de ouder is, maar over wie jij, als professional bent in relatie tot die ouder. Door namen weg te laten, houden we de spiegel voor onszelf. Daar begint verandering.
1. Eigen beeld ophalen
Ik nodig je uit om bij jezelf naar binnen te gaan. Is er een ouder (of een type ouder) waar jij een beeld bij hebt, positief of negatief, zonder dat je ze echt goed kent? Misschien ken je ze alleen van verhalen van collega's, van een enkele ontmoeting, of van wat je over hun kind weet. Breng die ouder voor jezelf in beeld. Schrijf nog niets op, voel alleen (±2 minuten).
2. Noteren
Deel de post-its uit en vraag aan de deelnemers om in steekwoorden op te schrijven 'Wat is het eerste dat in je opkomt? Welke ouder(s) kwamen bij jou naar boven of welk beeld? Je hoeft dit niet te delen, het is voor jezelf.' (±3 minuten)


Lees de casus voor, maar stop op het moment dat de collega's zeggen: "En de ouders van Valerio dan?" Herhaal de zin gerust nog een keer, rustig en zeg:
"Dit is precies wat er gebeurt: er wordt een beeld doorgegeven voordat je iemand ontmoet."
Vraag aan het team:
"Wat zou er achter die vraag kunnen liggen? Waarom denken jullie dat de collega's dat zeiden?"
Laat teamleden hun antwoorden op nieuwe post-its (zelfde kleur) schrijven en plak ze op of rond de lege stoel.
Lees daarna de rest van de casus voor (±7 minuten).


3. De casus
Reflectievragen voor het team (schrijf ze op flipover of op bord ter ondersteuning):
Herken je dit? Zijn er op onze school ook ouders over wie wordt gesproken voordat ze binnenkomen?
Wat doet dat met jou als je zo'n waarschuwing hoort?
Wat doet het met de ouder, denk je?
Hoe kijk je nu aan tegen je eigen beeld uit stap 1?
Tip voor de begeleider om te benoemen bij de laatste vraag:
Deze vraag nodigt uit om te voelen of er iets verschoven is na het horen van de casus. Het gaat om waarnemen zonder oordeel, kijken naar wat er in je gebeurt.
(±7 minuten)


4. Nabespreking
Wil iemand iets delen over wat er bij jezelf bovenkwam, zonder namen te noemen? Het gaat niet om welke ouder, maar om wat je bij jezelf ontdekte (±5 minuten)
5. Uitwisselen (optioneel)
In deze driehoek hebben ouder en leraar verschillende, maar gelijkwaardige rollen:
Ouders zijn de experts over hun kind thuis. Zij kennen de thuissituatie, de geschiedenis en de persoon buiten school.
De leraar is de expert op pedagogisch en didactisch gebied in de klas. Hij of zij ziet het kind in de leeromgeving en in interactie met andere kinderen.
Deze gedeelde verantwoordelijkheid, met ieder een eigen perspectief, vormt de basis voor een sterke samenwerking.
Het kind staat centraal en gedijt het beste wanneer ouders en school als partners optreden en goed communiceren. De relatie tussen ouder en leraar wordt voor een groot deel gekleurd door hoe zij ieder het kind zien. Daarom maken we het kind in onze tekening zichtbaar. Het herinnert ons eraan dat we niet alleen over het kind praten, maar dat het de spil is van de hele samenwerking.
(Gebaseerd op inzichten van het Nederlands Jeugdinstituut over gelijkwaardige samenwerking tussen school en ouders)


Fase 2 - Het beeld uitwerken (40 minuten)
We maken de relatie zichtbaar middels de pedagogische driehoek
De relatie tussen ouder, kind en leraar wordt de pedagogische driehoek genoemd. Het is een dynamisch samenspel dat vraagt om onderhoud en bewuste aandacht.


1. De ontmoetingsruimte tussen leraar en ouder
Geef een korte toelichting over de pedagogische driehoek. Wijs de ruimte binnen de driehoek aan en vertel dat dit is de ruimte waar de professional en de ouder elkaar ontmoeten. We gaan nu kijken wat zij en ook wij meebrengen als we deze ruime betreden.
2. De rugzak van een leraar
3. De rugzak van een ouder
Wat draagt een leraar mee als hij of zij een ouder ontmoet? Denk aan ervaringen, verhalen, angsten, verwachtingen.
Teken links van de leraar een 'rugzak'. Laat teamleden op post-its (kleur 1) schrijven wat er in die rugzak zit. Plak ze bij de rugzak. Voorbeelden: eerdere gesprekken, verhalen van collega's, eigen onzekerheid, beeld van het kind, onbewust beeld over wat een 'goede' ouder is, druk van de schoolleiding, etc..
En wat draagt een ouder mee? Denk aan hun eigen schooltijd, ervaringen met eerdere gesprekken, zorgen over hun kind, verwachtingen.
Teken rechts van de ouder een rugzak. Laat teamleden op post-its (kleur 2) schrijven en plakken.
Als alles hangt bespreken aan de hand van de volgende vragen:
Hoeveel van wat we hier hebben opgeschreven, weten we zeker? Wat hebben we ooit aan een ouder gevraagd? Wat is ons daadwerkelijk verteld?
Laat het landen.
Wat we hier vooral zien, zijn onze aannames. We vullen in. We projecteren. En dat is menselijk. Maar het is goed om te beseffen: de rugzak van de ouder is voor ons grotendeels onzichtbaar. We weten het niet.
Gezamenlijke conclusie:
We weten niet wat er in de rugzak van de ouder zit. Tenzij we het vragen. Dus wat we zeker weten is dat we het niet weten. We kunnen de ouder ontmoeten in de ontmoetingsruimte als we bewust zijn van onze eigen rugzak.
Wat we hier bewust tijdens deze werkvorm niet doen, is de rugzak van het kind vullen. Niet omdat die er niet is, maar omdat deze oefening gaat over het beeld van de professional over de ouder.
We weten nu wat er in onze rugzak zit aan verhalen, oordelen en beelden. En we weten dat we de rugzak van de ouder niet kennen. Dat besef kan leeg voelen, of onwennig. Maar die leegte is ook ruimte. Ruimte om iets anders mee te nemen.
Wat als we onze rugzak nu eens bewust vullen met een paar aannames die helpen om de ouder echt te ontmoeten?


Bespreek nu de overige posts-it en gebruik de volgende verdiepingsvragen:
Welke bronnen herkennen jullie het sterkst?
Wat weegt het zwaarst? Wat blijft het langst hangen?
Wat gebeurt er als er veel negatieve verhalen zijn? Wordt de rugzak dan zwaarder?
Wat voor een effect heeft dat op de ontmoetingsruimte. Wat gebeurt daarmee? (bijvoorbeeld: Wordt die kleiner? Komt er een drempel? Een muurtje?)
Elke ouder wil het beste voor zijn kind
Ook als het er niet zo uitziet. Achter elke ouder zit iemand die het goed probeert te doen, ook al lukt dat niet altijd.Ouderschap maakt kwetsbaar
Geen enkele ouder haalt zijn ideale plaatje. Schuld, schaamte en twijfel horen erbij. Ook bij deze ouder.Ouders zijn eindverantwoordelijk. Wij lopen een stukje mee
Wij zijn leerkrachten (meestal voor een jaar), ouders zijn er altijd. Dat relativeert onze rol. We oordelen niet, we ondersteunen.Gebaseerd op de ouderschapstheorie van Alice van der Pas (bron: NCJ)
Als je deze drie aannamens tot je neemt, wat doet dat dan met jouw beeld van de ouder? En met de ruimte tussen jullie?
Optionele verdieping bij fase 2 - Waar sta jij?


Een lichaamsgerichte oefening voor teams die de stap willen maken van tekenen naar ervaren.
In fase 2 teken je met je team de pedagogische driehoek: leraar, ouder en kind. Je onderzoekt welke rugzakken ieder meedraagt en wat er gebeurt in de ontmoetingsruimte.
Deze optionele verdieping voegt een fysieke laag toe. Na het tekenen zet je de driehoek neer met drie stoelen: voor de leraar, de ouder en het kind. Gebruik de ruimte, zodat teamleden ook echt hun eigen plek kunnen innemen. Vervolgens nodig je teamleden uit om letterlijk te gaan staan op de plek die voor hen voelt als 'hun plek' in de driehoek.
Wat levert het op?
Je voelt in je lijf wat afstand, nabijheid en spanning met je doen.
Je ontdekt onbewuste posities: sta je altijd aan de kant van het kind? Vermijd je de ouder?
Je ervaart dat je kunt bewegen, dat je niet vastzit in één positie.
Je maakt letterlijk ruimte voor de ouder door zelf te schuiven.
Voor wie?
Voor teams die veiligheid en vertrouwen hebben opgebouwd en bereid zijn zich kwetsbaar op te stellen. De oefening is vrijwillig; kijken mag altijd.
Tijdsduur: 20-25 minuten.
📥 Download de optionele verdieping 'Waar sta jij?'
Fase 3 - Teamafspraak in beeld ontwerpen (optioneel, 20-30 minuten)
Deze fase is bedoeld voor teams die na het inzicht ook een gezamenlijke, concrete vervolgstap willen zetten. Alleen doen als de groep er energie voor heeft en er tijd voor is.
Doel
Een concrete, gedragen visuele afspraak formuleren over hoe het team voortaan met 'verhalen over ouders' omgaat.
Stap 1 – Ontwerpen in tweetallen
Geef elk tweetal een flip-overvel en stiften. Vraag hen een beeld, symbool, tekening of korte tekst te ontwerpen dat antwoord geeft op de vraag:
Hoe zorgen we dat we ouders blijven ontmoeten, in plaats van de verhalen over hen?
Het ontwerp mag van alles zijn, zoals een verkeersbord, een weegschaal, een deur, een gebroken ketting, een stripverhaal, een slogan. Het gaat om de beeldende kracht.
Stap 2 – Presenteren en verbinden
Elk tweetal presenteert hun ontwerp kort. Plak ze naast elkaar op de muur, zodat er een 'tentoonstelling' ontstaat.
Bespreek:
Wat zien we terugkomen?
Welke beelden raken ons?
Wat willen we meenemen?
Stap 3 – Onze gedeelde afspraak
Formuleer samen één korte, krachtige teamafspraak. Bijvoorbeeld:
Voordat je een ouder ontmoet, check je je rugzak. Wat is van jou? Wat is van een ander?
Of:
We ontmoeten ouders alsof we ze voor het eerst zien. Elke keer opnieuw.
Schrijf de afspraak groot op het bord.
Dit is onze afspraak. Maar een afspraak maken is één ding. Wat hebben we nodig om elkaar eraan te herinneren? Om elkaar te steunen als het even niet lukt? Want dat moment komt. De dag dat je gehaast bent, geïrriteerd, of een waarschuwing toch binnenlaat.
Laat het team hier kort over nadenken, eventueel in tweetallen.
Bespreek de antwoorden kort.


Fase 4 - Afsluitende reflectie ( 10-15 minuten)
Doel
Voorkomen dat de inzichten blijven hangen in 'praten over ouders'. Deze fase helpt teamleden om een eerste, concrete stap te zetten richting een ouder die nu vooral onderwerp van gesprek is, maar nog niet echt in gesprek is. De schoolleider krijgt zicht op waar ondersteuning nodig is en bewaakt dat er geen vrijblijvendheid ontstaat.
Stap 1 – Voor wie staat deze stoel?
Aan het begin stond deze stoel leeg. We hebben vandaag gesproken over hoe beelden en verhalen zich ophopen voordat we iemand ontmoeten. Nu wordt het concreet: voor wie staat deze stoel echt? Welke ouder is op dit moment vooral 'onderwerp van gesprek' op school, maar zit nog niet echt met ons aan tafel?
Laat teamleden in stilte een moment nemen om namen of situaties voor zich te zien.
Noem de ouder in stilte, voor jezelf. Leg een post-it op de stoel, mag met naam, maar ook met een symbool, een stip, of gewoon leeg. Het gaat erom dat jij weet over wie het gaat.
Ieder legt zijn post-it (mogen er meerdere zijn) op de lege stoel.


Stap 2 – Van inzicht naar actie
Deze ouders verdienen een gesprek. Vanuit nieuwsgierigheid. Nu we ons bewust zijn van onze eigen rugzak, wordt het tijd om te gaan ontmoeten.
De schoolleider nodigt uit:
Wie durft er een stap te zetten? Je hoeft het nu niet hardop te zeggen, maar wil je dat ik deze week met je meedenk over hoe je dit gesprek kunt aangaan? Of wil je het delen met een maatje in het team?
De schoolleider noteert voor zichzelf welke namen er leven (niet op de post-its, maar in het gesprek dat volgt). Na de bijeenkomst neemt de schoolleider contact op met teamleden die een ouder hebben benoemd, om samen te bekijken:
Wat is er nodig om dit gesprek aan te gaan?
Wil de leraar ondersteuning? Meedenken? Iemand erbij?
Wordt dit een uitnodiging voor een kennismaking of een hersteld gesprek?
De schoolleider bewaakt dit proces en is in de leiding om de teamleden in hierin te steunen in een oprechte beweging richting ontmoeting.


Spreek af hoe de teamafspraak (optioneel, alleen als fase 4 is doorlopen) een plek krijgt in de school. Bijvoorbeeld:
Hang de afspraak op in de teamkamer.
Begin elke teamvergadering met een kort moment: "Welke ouder heeft deze week onze 'zonder-beeld'-ontmoeting nodig?"
Evalueer over een half jaar: hoe gaat het? Wat leverde het op? Wat is nog moeilijk?
Stap 3 – Afsluitende ronde
Wat ik meeneem uit vandaag is... (schoolleider begint)
Tot slot
Deze werkvorm is ontwikkeld vanuit de praktijk en zal blijven groeien door ervaringen van schoolteams zoals dat van jou. Heb je deze werkvorm gebruikt met je team? Dan hoor ik graag:
Wat werkte goed? Welke stap raakte of opende gesprekken?
Wat werkte niet? Waar haperde het, werd het vaag of voelde het ongemakkelijk?
Wat ontbrak? Had je een andere vraag, een verdieping of een extra stap willen zien?
Wat heb je toegevoegd of aangepast? Ik leer graag van jouw vondsten.
Wil je feedback geven of sparren over een vervolg?
Neem contact op. Ik denk graag met je mee over hoe je het gesprek over oudercontact verder kunt verdiepen, of over hoe je deze werkvorm kunt inzetten bij andere thema's.
Voor teams die structureel willen werken aan de relatie met ouders en daar begeleiding bij nodig hebben, kan ik je, via mijn netwerk, in contact brengen met specialisten op het gebied van ouderbetrokkenheid en schoolcultuur.
Terug naar de werkvormen
